Mijn schooldag

Mijn schooldag in Oeganda

6:30
Als het licht wordt, sta ik op. Bij ons wordt het altijd rond half zeven licht. Er is geen verschil tussen de seizoenen. Dat komt omdat Oeganda bijna op de evenaar ligt.

Snel was ik me met wat water uit een teil. Ik zorg altijd dat ik als eerste bij de teil ben. Mijn vier broertjes en twee zusjes moeten zich ook nog wassen. Ik trek mijn schooluniform aan en ga kijken of er wat te eten is.

6:45
Gelukkig is er vandaag een pannetje maïspap. We krijgen allemaal een lepel vol. Ik moet opschieten, want op weg naar school moet ik de geiten naar de wei brengen. Het is een half uur lopen naar school. Met mijn broertjes ga ik op weg. Mijn zusjes blijven thuis. Zij moeten moeder helpen bij het huishouden.

8:00
Om 8 uur moet ik op school zijn. Dan verzamelen alle kinderen zich voor het schoolgebouw. Iedere dag wordt ’s ochtends de vlag gehesen. Vandaag mag ik dat doen! We zingen het volkslied uit volle borst. Dan luisteren we naar een toespraak van de directeur.

De lessen beginnen om half negen. Ik zit met 100 kinderen in een klaslokaal. Omdat ik 11 jaar ben, zit ik in de een na hoogste klas. Bij ons zijn er zeven klassen. Samen met mijn vriendjes Joseph en Justus deel ik een schoolbankje. Met z’n drieën kijken we in één boek.

12:30
Als het half een is, hebben we middagpauze. De meeste kinderen gaan naar huis om te eten, maar voor mij is dat te ver lopen. Ik kauw op een stuk suikerriet dat ik van mijn moeder heb meegekregen. Dat is mijn middageten. Vaak begint ’s middags onder de les mijn maag te knorren. Maar dan moet ik nog een paar uur wachten totdat ik weer wat te eten krijg.

14:00
Om twee uur beginnen de lessen weer. Vanmiddag beginnen we met rekenen. De meester schrijft de sommen op het bord. Ik schrijf de antwoorden in mijn schrift. Dat schrift gebruik ik ook voor de andere vakken. Als ik klein schrijf kan ik er heel lang mee doen. Ik heb zin in het eind van de middag. Dan gaan we sporten. Om half vijf mogen we naar huis. Met de andere kinderen loop ik terug naar ons dorp.

17:30
Terwijl mijn moeder en zusjes het avondeten klaarmaken, ga ik de geiten uit de wei halen. Bij ons huis zet ik een stok in de grond. Daaraan bind ik de geiten vast met een touw. Voordat ik mag eten, moeten de geiten eerst nog gemolken worden. Vandaag eten we matoke. Dat is gekookte banaan. We eten er pindasaus en bonen bij. Vanavond is er geen vlees. Dat eten we alleen op zondag.

20:00
Voordat ik naar bed ga, maak ik mijn huiswerk. Wij hebben geen electriciteit in huis. Dus moet ik voor het donker klaar zijn met mijn huiswerk.Als het donker is geworden, roept mijn moeder dat ik moet gaan slapen. Ik slaap op een matje op de grond tussen mijn broertjes en zusjes. Eigenlijk worden we dus aan het eind van de dag op het matje geroepen. Als ik al lang slaap, komen ook mijn vader en moeder naast ons liggen.