Dag 2
22 feb
Onderwijs voor straatkinderen
Vandaag gaat de groep op bezoek bij CRO (Child Restoration Outreach) in Mbale. CRO zet zich in voor straatkinderen in Oeganda.
Dagredactie o.l.v. Wim: Astrid, Daphne, Diederik, Fleur, Glenn, Greetje, Jikkie, Leoni en Sascha.
De verslagen van de tweede dag in Oeganda!
Kinderen van de straat
De wekker loopt al vroeg af donderdagmorgen. Gisternacht zijn we in slaap gevallen onder het genot van een orkest van Oegandese geluiden. Een symfonie van geschreeuw, gezang, kikkers, krekels, getoeter van auto’s en motoren. Stuntelend met onze koffers lopen we de trappen af waarna we richting de ontbijtzaal lopen. Bart opent de ochtend. Na het ontbijt vertelt Jan over wat we vandaag gaan doen. We gaan naar Mbale om daar bij CRO langs te gaan en om daarna ’s avonds door te trekken naar Soroti. Aangezien we gisternacht haastig door de straten van Kampala hebben geracet krijgen we vandaag de kans om Kampala beter te bekijken. In de planning staat dat we een uur door Kampala rijden waardoor we een betere blik kunnen geven op de hoofdstad van Oeganda. Zodra we de eerste drukke straten van Kampala bereiken kijkt iedereen zijn ogen uit. Enthousiaste kreten klinken door de bus als iedereen met de camera in de aanslag uit het raam kijkt. Een chaotische mengeling van verkeer, geiten, mensen, kippen, motoren en fietsen probeert zich door de straten te begeven. De aparte afwisseling van armzalige, kleine hutjes en gigantisch grote reclameborden voor Nokia en blackberry’s vormt een schril contrast. Overal op straat lachen en praten mensen. Mijn oog valt op een immens reclamebord met de tekst “We belong to a family of 28 million”.
De tekst raakt me. Het klopt. De bevolking is één grote familie waar men mekaar waar mogelijk probeert te helpen. Niet lang nadat we langs het bord rijden zie ik een man in een soort rolstoel die in gevecht is een heuvel te beklimmen. Een man merkt het en springt gelijk achter de rolstoel om de gehandicapte man de heuvel op te krijgen. Simon, de Oegandese begeleider, zit naast me en vertelt vol trots over zijn land. Hij verteld dat Kampala overdag 3 miljoen mensen over haar straten heeft lopen, maar ’s avonds slankt dat getal af naar 1 miljoen. Die laatste miljoen zijn de echte inwoners van de hoofdstad. De geur van specerijen, uitlaatgassen en vuilnis samen gemengd met het geluid van hilarisch gelach, werk en verkeer geluiden spoelt de bus in. We rijden langs ontelbaar veel winkeltjes waar van alles wordt verkocht. Van vlees tot tankstations en van kappers tot internetcafes. De straat en stoep bestaan uit gehard zand. Op de stoep staan vrouwen met een soort bezems zoveel mogelijk stof weg te vegen. De bus hobbelt en deint alle kanten op terwijl mensen met ladingen eieren of andere boodschappen op hun hoofd tussen de auto’s door schieten. Langzaam aan veranderd het drukke landschap in een rustige, asfalt weg waarna we Kampala uit rijden op weg naar Mbale. De busreis duurt enkele uren. Een goed moment om wat slaap in te halen of te genieten van het fantastische uitzicht dat Oeganda bied. Nu snap ik waarom men Oeganda de parel van Afrika noemt.
Vier uur onderweg en iedereen wacht vol spanning om naar de wc te gaan, maar het gevoel hebben dat wij dwars door een muur heen rijden zorgt ervoor dat het ‘nodig moeten gevoel alleen maar erger wordt.
Tegen over ons, staat een gebouw wat half afgebouwd is. Daarnaast zie ik een houten hut staan, waar geiten hun behoefte doen en mannen tegelijk van een glas water aan het genieten zijn. Naast ons komt die verschrikkelijke stank vandaan. Als ik een keer omkijk zie ik een bewoonde vuilnisbult.
Het hobbelt en trilt onder mijn passagiersstoel. Het lijkt alsof onze chauffeur achteruit aan het rijden is. Vol spanning wacht ik op de botsing die tussen nu en 10 centimeter zal moeten komen, maar wanneer ik mijn ogen weer open doe, zie ik honderden kinderen zwaaien en hoor ik ze allemaal juichen. Allemaal zitten ze daar onder een afdakje met prachtig wit blinkende tanden die ze open en bloot laten zien.Als een speer springt the A-team de bus uit met de gedachte aan de wc. Na een snelle begroeting en lange wachtrijen voor de wc, zitten wij eindelijk en kunnen we gaan genieten van de show.
Vrolijk gezang en stampende voeten vullen het plein wat afgesloten is door middel van een hek en een groot gebouw. Ongeveer 50 kinderen staan dansend op het podium vol energie. Zuivere klanken van zang vervullen onze harten en tegelijkertijd onze ogen. Zoveel uitstraling, zoveel armoede en toch zoveel goede kijk op het leven. Deze kinderen zingen over wat de CRO voor ze heeft gedaan. Ze zingen en dansen over de leed die ze kenden en wat ze nu voor geluk mogen aanzien. CRO zorgt er voor dat elk straat kind een toekomst kan krijgen. Zodat hij of zij naar school kan en eerlijk kan werken voor een boterham. In de dans en zang laten zij merken hoe dankbaar zij CRO en Edukans zijn.
Wanneer er een jongetje van een jaar of twaalf het podium op komt beginnen mijn tranen mijn ogen te vullen. Hij verteld over zijn moeder, die is overleden aan Aids. Zijn vader die het zelfde leed mee moest maken en zijn leven op de straat. Ondanks alles is hij nu goed terecht gekomen zegt hij. Dankzij Edukans en dankzij CRO. Hij kan zijn toekomstdroom waarmaken, want hij kan naar school.
Natuurlijk kunnen wij deze kinderen niet alleen hun talent laten zien en wij beginnen met het liedje hoofd, schouders, knieën, teen. Wanneer er in alle snelheid niet meer gevolgd kan worden waar de oren en de tenen zitten gaan we over in een ander liedje. We eindigen met een liedje van In de maneschijn. De kinderen vinden de gebaren geweldig en dat wordt ons dankbaar afgenomen met een hartelijk applaus.
Wanneer wij als the A-team van het podium aflopen stormen hordes kinderen op ons af. Allemaal zijn ze nieuwsgierig naar de blanke mensen die zonet kinderliedjes hebben gezongen. Wanneer een meisje van zeven aan mij vraagt met stralend witte tandjes: what is your name? Voel ik me helemaal thuis.Nog nooit is een gevoel zo onbeschrijfelijk warm geweest.
Vanuit de bus zwaaien we naar de voorbijflitsende Oegandezen. Zodra ze ons zien zwaaien verschijnt er een brede lach op hun mond en beginnen ze enthousiast terug te zwaaien.
Voor ons rijdt de schooltruck van het CRO. In de bus weerklinkt hun gezang. Het enthousiasme van de schoolkinderen werkt aanstekelijk, in onze bus zit iedereen op ’t puntje van z’n stoel.
De kinderen kunnen niet wachten hun huis aan ons te laten zien en zodra we voet op het rood-bruine straatzand hebben gezet, komen ze ons tegemoet rennen.
Ik kijk om me heen en wordt overvallen door een geluksgevoel. Het is ‘n prachtig gezicht al die kleine, donkere kindjes, gehuld in niet veel meer dan een paar lappen stof, op ons (nu niet meer zo nuchtere Hollanders) af te zien stormen.
Ik schrik op uit m’n gedachten als ik een klein lichaampje tegen me aan voel. Een meisje van een jaar of 10 kijkt me breedlachend aan. Haar grote, bruine schitteren.
Ze pakt mijn hand en trekt me eraan mee naar beneden, richting het dorpje.
Op een bordje aan de linkerkant van de weg zie ik Namatala staan. Ik laat me door haar meevoeren en vraag haar naar haar naam. ‘My name is Sylvai’, is haar antwoord. Ik vraag haar het voor me op te schrijven. In blokkerig handschrift krabbelt ze wat neer in mijn notitieblok. Dan hoor ik mijn naam roepen en draai me om. Op en afstandje staat de groep, de instructies staan op ’t punt om gegeven te worden. Ik voeg me snel bij de rest, Sylvai houdt mijn hand nog altijd stevig vast, alsof ik ieder moment in het niets kan oplossen.
We mogen niet zonder begeleiding de sloppenwijk in en al helemaal niet zonder gids en de kinderguides. Het eerste stuk gaat door het dorpje. We worden langs winkels, bamboehutjes en nieuwsgierige blikken geleid. Rechts en links worden we vastgeklampt door nieuwsgierige kindjes, eerst schuw en afwachtend, dan vrolijk huppelend en onze vreemde, blanke handen vastpakkend. Het doet me denken aan de rattenvanger van Hamelen.
Het eerste sloppenhuisje komt bij mij aan als een klap in m’n gezicht. Hier kan ik me niet op voorbereiden, nooit. Het huisje is 2 bij 2, donker en (echte) bedden ontbreken. Op de grond liggen wat lakentjes die dienst doen als bed. We vragen de jonge eigenares van het huisje hoeveel mensen hier wonen. Haar schokkende antwoord luidt: ‘Six people’. Er valt een stilte, de gids dringt aan op vragen stellen, maar ik sta even met m’n mond vol tanden. De huisjes die volgen blijven hetzelfde. De kinderen zijn zó trots op hun eigen plekje in deze wereld, het is ontroerend om te zien. Ik lach breed in elk huisje en zeg dat het ‘very beautiful’ is. Ik weet niet wat ik anders kan doen.
Onze kennismaking met deze sloppenwijk is bijna ten einde. Ik maak nog snel wat foto’s. De kinderen vinden dat heel interessant en lachen hard als ze hun eigen gezicht op het schermpje zien. De gids, Ronny, gebaart naar me dat we nu toch echt moeten gaan. Er wordt een laatste groepsfoto gemaakt, wij omringd door lieve, zwarte peuters, kleuters en leeftijdgenoten.
Het moment van afscheid is aangebroken en ik voel me shit. We gaan ze verlaten, zonder echt iets voor ze hebben kunnen betekenen. Ik neem me voor deze zin heel snel onwaar te maken. Mijn guide, Sylvai springt zwaaiend op en neer, evenals de grote groep andere kinderen. Drie kindjes proberen in de bus te klimmen maar worden door onze chauffeur Moses tegengehouden. Als ik mijn plek in de bus heb teruggevonden voel ik een vreemde mengeling van genegenheid en schaamte. Ik werp een laatste, lachende blik op de grote groep kinderen, zwaai en een moment later is het weg.
Als we terugkomen bij CRO is het tijd om te wisselen. De groep die eerst naar de sloppenwijk was gegaan gaat nu door de stad lopen en omgekeerd. De kinderen van CRO die ons de weg wezen in Natamala lopen nu weer met ons mee. Hand in hand met twee kanjers van meiden genaamd Lulu en Amuye, houden mijn handen stevig vast. We lopen langs het roze CRO gebouw en steken de straat over. We worden meteen opgenomen in de drukte van de straten. Van alle kanten worden wij aandachtig bekeken als Lulu vertelt over haar oude leven op straat. De blik in haar ogen straalt kracht uit. Samen met haar moeder bedelde ze een paar jaar geleden op de straten, waar wij nu lopen, om in leven te blijven. Amuye valt Lulu bij en vertelt mij dat ze van alles stal. Overal waar ze wat te eten of te drinken kon pakken graaide ze het mee. Als ze dat niet had gedaan was ze waarschijnlijk uitgehongerd. Lulu knikt bevestigend waarna ze verder vertelt. Dankzij CRO zijn ze beiden van de straat afgehaald. Een godsgeschenk, vindt Amuye. Tegenwoordig wonen zij beiden in Natamala in stenenhutjes waar ze een veel beter bestaan leiden.
We lopen langs een plek waar zakken steenkool liggen opgestapeld waar een aantal kinderen voor zitten. Ze slaan de stenen tegen mekaar boven een bak. In die bak liggen kleinere stukken steenkool. Charles, een van de Oegandese reisbegeleiders, verteld dat de kinderen hiervoor betaald krijgen. Over de straat dwalen geuren van bananen, specerijen en steenkool. De zon schijnt fel waardoor iedereen zichzelf met zijn handen lucht toe wappert. We lopen verder door dunne steegjes waar winkels in zijn gepropt. Vanuit alle kanten worden ons artikelen aangeboden in de hoop dat we wat kopen. Op hoog tempo begeven we ons door de stoffige, drukke straten.
Het was een indrukkende wandeling waarna we terug keren naar het CRO gebouw.
Na het overvolle schema door sloppenwijken en veel optredens, gaan wij door naar ons hotel waar wij de rest van de week blijven. Bij aankomst raakt de bus beschadigd en ziet de accommodatie er vooral basic en simpel uit. Na eenmaal gewezen te zijn op het achterste veld waar allemaal kleine huisjes staan, wordt het duidelijk dat elk tweetal een eigen huisje krijgt met elke voorziening die maar te wensen valt. De paden richting de huisjes zijn prachtig betegeld en midden in de velden vind je een prachtig rieten barretje waar je heerlijk gekoeld onder een afdakje kan zitten. De bedden zijn fris, de klamboes hangen klaar en het personeel draagt ons op handen.
Rond etenstijd staat er een lopend buffet klaar dat heerlijk smaakt na een dag vol inspanningen en indrukken.
Tja, luxe is hier pas luxe als je het niet meer verwacht!
Daphne, Leoni en Sascha.
Commentaar
Laatste nieuws
Nieuwe week, nieuwe Edukanjer
"Wat mij bijzonder getroffen heeft is de leergierigheid van de jongeren en...
Prachtig verhaal van de Edukanjer
"Midden in de hectiek van Nairobi is dat zaadje, Edukans genaamd, geplant....



Kvind het wel goed wat jullie doen en ik wil alles persoonlijk van je horen als je terug bent!!
LIEFT UU <3
De rest ook heel veel plezier nog daar <3
Liefs, Rogier
hoop dat met jullie alles ok is! allemaal interesante dingen aan het doen zie ik ;). Namens de klas en alle leraren wens ik je veel succes bij de rest van wat je gaat doen. en, wat je waarscheinlijk al doet, geniet ervan.
ik ga morgen op vakantie dus zal er niet zijn bij je thuiskomst maar ik stuur wel een smsje ;).
(ps je hebt een 8 voor het latijn woorden SO) ;)
oeganda-gangers
Ik vind het hartstikke tof dat je aan zo'n project meedoet. Ik heb net de verslagen gelezen. Nog een paar dagen veel informatie opdoen, genieten van het rustige leven daar.
Ik verneem van je moeder wel het een en ander.
groeten van hedwig
Groetjes Maddy in het bijzonder voor Yael en Bart
Wat een mooie foto's allemaal, maar tegelijk ook wel heel triest! Hopelijk is het een beetje uit te houden. K mis je wel hoor As! Ik kijk al uit naar vrijdag om al je verhalen aan te horen!
dikke kus Chelsea
Liefs en een dikke zoen, Lisa
En Sascha, ik hou van je!!!!!